Omdat het vakantie is, slaan we volgende week zaterdag even over. Maar stilzitten doen we natuurlijk niet 😉
Daarom deze week geen uitgebreide blog, maar drie gerichte aandachtspunten die je spel direct verbeteren.
Tip 1: Smokkelen op je strijkstok (oftewel het indelen van je strijkstok)
Het correct indelen van de strijkstok is voor ons wat adem is voor een trombonist of zanger: je doet het continu.
De vraag is dus niet óf je het doet, maar hoe bewust je het doet. Omdat je het onhoorbaar moet doen noemen we het vaak ‘smokkelen’, iets stiekems, maar het is super bewust. We do it ALL the time ;-).
De opdracht “ga naar de punt” hoor je vaak, maar hoe dan concreet?
We denken veel te vaak vanauit de pink op de stok, oftewel; je ‘denkt klein’, in plaats van ‘groot’, vanuit je grootste scharnier.
Probeer dit: speel een eenvoudige toonladder en deel je stok bewust in. Geef je eerste streek ongeveer 70% van je stok, de 2e streek, 20% en de 3e en laatste streek 50% opdat je bij de punt uitkomt. Kun je dit? Iedere noot duurt even lang.
In de praktijk lukt het bijna niet om op de eerste noot tot op 3/4 stok te komen. Ik help je een handje; het is communiceren met je rechteram, je strijkarm.
Streek 1:
geef je bovenarm de opdracht om uit te klappen, je onderarm strekt verder door → je belandt iets voorbij het midden
Streek 2:
zeg tegen je bovenarm: “blijf daar” (anders geef je je gewonnen winst weer terug richting slof) → dit geeft weinig stok, maar wel controle
Streek 3:
opnieuw: onderarm strekken → nu kom je helemaal tot aan de punt
Je dwingt jezelf hiermee om vooruit te denken in plaats van reactief te strijken.
En vooral: te communiceren met je ‘scharnieren’. Dát is de kern van goed smokkelen.
Tip 2: De rupsende hand
Ja, die term kende je nog ergens van 😉
Bij positiewisselingen wil je geen sprongen, maar een vloeiende beweging.
Deze oefening, of eigenlijk dit inzicht, is voor veel cellisten nieuw, maar maakt een groot verschil. In plaats van een sprong, beweegt je hand vooraf geleidelijk, alsof hij “rupsend” vooruitgaat.
Dit helpt enorm voor je zuiverheid én ontspanning.
Het voelt ineens niet meer ‘eng’ om je hand te verplaatsen, omdat je continu weet waar je zit.
Je creëert als het ware je eigen GPS-signaal op de toets van de cello.
Tip 3: Strijksnelheid ≠ altijd hetzelfde
Een veelgemaakte fout: overal dezelfde strijksnelheid gebruiken.
Maar jouw 4 snaren vragen allen om een ander recept:
- Dikke snaren (C, G) → langzamere streek, meer weerstand, iets meer contact
- Dunne snaren (A, D) → snellere streek, minder weerstand, lichter contact
Oefening: speel open snaren en voel bewust de wisselende weerstand per snaar. Voel het verschil. Pas hierop je snelheid van strijken aan; het laatste wat je wilt is dat je stokharen over de C of G ‘vegen’ omdat je te snel strijkt.
Dit is essentieel voor een mooie, volle en gebalanceerde klank.
Liever zien hoe dit eruitziet in de praktijk? Bekijk de video hieronder!
Je hoeft niet alles tegelijk te doen, kies er één en geef daar deze week je aandacht aan!
Kleine aanpassingen maken vaak het grootste verschil.
Tot over twee weken!
Scarlett
info@celloverkoop.nl | 06 - 1818 9005
Wellicht ook interessant voor je:
Ik vind het opvallend…
Wat uitzonderlijk is aan mijn lespraktijk is dat ik, Scarlett, vooral veel vrouwen op les krijg die cello willen leren spelen. En dat de meesten die bij mij beginnen de veertig jaar gepasseerd zijn. Heerlijk toch?Maar ik vind het echt opvallend.Vroeger was het zo dat...
Verschil tussen legato en détaché
Ik heb deze week weer met veel plezier celloles gegeven. Eén van de vragen van een leerling was; wat is het verschil tussen legato en détaché? Beiden is toch ‘aan elkaar klinkend?’Ja dat klopt!Maar het verschil tussen legato en détaché zit voornamelijk in de manier...
Toonladders
Donderdag gaf ik les in Velp en speelde ik met verschillende leerlingen kerstliedjes. Super gaaf! Want dat kan natuurlijk al vanaf de eerste positie zonder grote greep en verlaagde eerste vinger.We speelden een kerstliedje met 1 mol, met een ‘Bes’ erin. Mijn leerling...




